Overslaan naar de hoofd content

Rina Vrutaal

Werkstress verminderen:
Wat écht werkt (en wat niet)

Werkstress verminderen. Makkelijker gezegd dan gedaan.

Die week had ik al dagen minder lekker gelopen.

En toen rukte mijn auto mij ’s nachts uit mijn slaap. Hij was midden in de nacht uit zichzelf gaan toeteren en hield maar niet op. Resultaat: geen auto om de volgende ochtend mee naar de trainingslocatie te rijden, en een hoofd dat al half op was voordat de dag überhaupt begon.

Ik had die dag een teamcoachdag. Een leuk team, maar met uitdagingen waar ik al meer dan eens mijn hoofd over had gebroken. Alle seinen stonden op rood. Of oranje op zijn best.

Toch ging ik.

En ik draaide een prima sessie. Deed de dag erna rustig aan. En kon er daarna gewoon weer tegenaan.

Dat is hoe het hoort te gaan. Je voelt je even minder, je geeft jezelf de ruimte om te herstellen, en je gaat verder. Werkstress verminderen betekent dan ook helemaal niet dat je nooit meer een slechte week mag hebben. Het gaat over wat er dáárná gebeurt.
Kom je bij, of kom je steeds minder bij? Gaat de meter terug naar nul, of blijft hij elke keer ietsje hoger staan?

Want dát is het moment waarop alle alarmbellen moeten afgaan

De loterij als uitweg

Ik hoor het regelmatig van mensen die bij mij komen.

“Als ik de loterij win, ben ik er vanaf.”

Soms zeggen ze het lachend. Maar elk geintje is een seintje. Ze staan op met lood in hun pyjama, liggen ’s nachts wakker van hun werk en tellen de uren voor ze weer naar huis mogen. De enige uitweg die ze nog kunnen bedenken, is een gelukstreffer met een kans van één op de veertien miljoen.

Zo gaat dat als de stress te lang duurt. Het voelt alsof er nog maar twee opties over zijn: alles laten zoals het is, of alles achter je laten.
Je baan opzeggen. Weggaan en heel gauw ontsnappen.
Maar de meeste mensen kunnen dat niet zomaar, en dus blijven ze hangen in een gevoel van vastzitten dat groter wordt naarmate ze langer wachten.

Terwijl er een derde weg is.
Een die niet begint met een winnend lot.

Wat vrienden en familie adviseren
(en waarom dat soms averechts werkt)

Je omgeving ziet jou kapotgaan. Ze bedoelen het goed. En dus zeggen ze: “Meld je toch ziek. Dan heb je even rust.”

Soms is dat het juiste advies. Wie tegen een burn-out aanzit, heeft rust nodig.
Echt, serieuze rust.
Dat ontken ik niet.

Maar ziek melden is in veel gevallen een pauzeknop. Je legt de situatie stil. En na twee weken of twee maanden bestaat diezelfde situatie nog steeds. Soms zelfs met een nieuw stresslaagje erbovenop, omdat je collega’s het zonder jou hebben moeten opvangen.

En als jouw werkstress deels voortkomt uit hoe jij in je werk staat, uit patronen die je al jaren met je meedraagt, dan neem je die overal mee naartoe. Onder je dekentje op de bank waar je ligt te netflixen. Naar de maandag daarna. Naar je volgende baan.

Ziek zijn heeft een functie. Het is een signaal van je systeem: stop even.
Maar het signaal opvolgen is wat anders dan de boodschap begrijpen.

Wie lang genoeg wacht met die tweede stap, belandt vroeg of laat toch in het traject dat ze zo graag wilden vermijden.
Alleen duurder in tijd, in energie en in wat het van je vraagt.

Wat werkstress in je lichaam doet

Stress is fysiologie.

Je zenuwstelsel registreert een dreiging. Je lichaam maakt cortisol aan, je alertheid gaat omhoog.
Bij een eenmalige deadline of een lastig gesprek herstel je daarna gewoon.
Je systeem reset.

Het probleem begint als die reset uitblijft.

Je cortisol blijft verhoogd. Je slaap verslechtert. Je concentratie hapert. Dingen die je vroeger kon relativeren, slaan je nu ineens lam. Je bent prikkelbaar op momenten dat je dat zelf ook onredelijk vindt, en je weet dat je zo eigenlijk helemaal niet bent.

Wetenschappers noemen dit allostatic load: de cumulatieve belasting die ontstaat als je lichaam te lang te veel heeft moeten compenseren. (Bron: McEwen, B.S. – The End of Stress As We Know It, Dana Press).
Je tank is leeg. En een lege tank vul je niet bij met een weekje vrij.

De gevaarlijke fase:
wanneer je het zelf niet meer ziet

Er is een punt waarop mensen stoppen met het een probleem noemen.

Ze noemen het “een drukke periode.” Ze zeggen dat anderen het ook zwaar hebben. Ze werken door, want stoppen voelt als opgeven. En intussen staat het lichaam al weken op oranje.

Signalen die je serieus moet nemen:

  • Na een weekend voel je je moe, terwijl je juist had moeten opladen;
  • Dingen buiten je werk die je vroeger energie gaven, daar heb je geen zin meer in;
  • Elke ochtend loop je met tegenzin die kantoortuin binnen, en dat gevoel trekt de rest van de dag niet meer weg;
  • Kleine dingen blijven na werktijd onredelijk lang door je hoofd malen


Dit is de fase vóór de val.
Mensen die bij mij komen, herkennen dit moment achteraf altijd.
Ik wist het eigenlijk al,” zeggen ze dan. Ze hadden het alleen nog geen ruimte gegeven.

In deze fase is ingrijpen effectief.
Daarna wordt het zwaarder.

Waar werkstress echt vandaan komt

Omgaan met stress op het werk begint bij één vraag: wat is de bron?

Dat klinkt eenvoudig. Maar stress op het werk heeft zelden één oorzaak.

Bij sommige mensen is de druk objectief te hoog. Te veel werk, te weinig steun, een organisatie die meer vraagt dan ze geeft.

Bij anderen klopt de werksituatie op papier, maar voelt de plek verkeerd.
Of andersom: de organisatie is prima, maar het werk zelf geeft niets meer.
Een mismatch tussen wat je doet en wie je bent.

En dan is er een derde groep. De grootste.

Mensen bij wie de grens al lang overschreden is, maar die zichzelf dat niet hebben toegestaan te erkennen. Ze werken voor bevestiging. Uit angst om tekort te schieten. Vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel dat te zwaar weegt voor wat ze ervoor terugkrijgen. Ze weten ergens wel dat er iets niet klopt, maar het hardop zeggen voelt als klagen.
En klagen doen ze liever niet.

Dit patroon los je op door het te zien. En door te begrijpen waar het vandaan komt.
Wie alleen de buitenkant aanpakt, begint over een jaar gewoon weer opnieuw.

Werkstress verminderen: wat je nu kunt doen

Begin bij je fysiologie
Drie maaltijden per dag. Minimaal zeven uur slaap. Beweging die ontlaadt.
Dit klinkt te simpel om serieus te nemen, maar mensen met hoge werkstress slaan dit systematisch over omdat het voelt als tijdverspilling. Je zenuwstelsel herstelt alleen als het de basisomstandigheden heeft om dat te doen. Alles wat je daarna aanpakt, werkt beter als dit fundament staat.

Maak de stressor concreet
Werkstress is een containerbegrip. “Ik heb het druk” geeft niets om op te handelen. “Mijn leidinggevende verwacht dat ik bereikbaar ben in de avond en ik durf dat gesprek nog niet aan te gaan” geeft wél iets. Hoe concreter je de bron kunt benoemen, hoe makkelijker het wordt om acties uit te zetten. 

Kies één grens en houd hem consequent
Begin klein. Na achten geen mail meer. Telefoon weg aan tafel.
De grens zelf is minder belangrijk dan het consequent vasthouden. Dat ís het oefenen.
Elke keer dat je vasthoudt aan die grens, leer je je systeem dat rust veilig is.

Zoek beweging in wat vaststaat
Als je midden in de stress zit, voelt alles vastgezet. Vraag jezelf: waar heb ik hier wél invloed op?
Soms is dat iets kleins. Eén gesprek aanvragen. Eén verwachting terugleggen. Nee zeggen tegen een teamuitje. 
Beweging, hoe klein ook, werkt als tegengif voor het gevoel van machteloosheid.

Zoek iemand die doorvraagt
Je omgeving wil je geruststellen, en dat is lief. Maar geruststelling houdt je op de plek waar je staat. Iemand die doorvraagt, die hardop benoemt wat jij steeds omheen draait, brengt je ergens.
Dat voelt soms minder comfortabel. Maar het werkt wel.

Wanneer is wat het juiste?

Soms ontdek je, als je serieus aan de slag gaat met je werkstress, dat de vraag groter is dan je dacht.

Dat het werk jou al jaren iets vraagt wat eigenlijk niet aan het werk had mogen liggen.
Denk bijvoorbeeld aan de manager die elke medewerker met een persoonlijk probleem naar zich toe ziet komen, omdat ze daar goed in is. Maar ondertussen haar eigen werk er steeds verder bij inschiet en ze zichzelf hardop afvraagt waarom ze zo moe is.
Of denk aan de medewerker die al vijf jaar “even wacht tot het rustiger wordt” voor ze het gesprek aangaat over wat ze eigenlijk wil. Dat gesprek komt er nooit. Want het wordt nooit rustiger.

Als je merkt dat de vraag eigenlijk gaat over richting, over wat je wilt met je werk en je leven, dan is loopbaanbegeleiding de route. Bewust kiezen, met inzicht.
Soms blijkt na zo’n traject dat de baan helemaal het probleem niet was. Soms wel.
Maar je weet het dan en je staat er steviger in.

Als de stress al lang duurt, als je lichaam signalen geeft die verder gaan dan moe zijn, als vrije tijd je ook geen rust meer geeft: dan gaat het over het patroon eronder. Dan is therapie bij werkstress de route.
Ik werk als psychosociaal therapeut met de laag onder de klacht. Wat drijft het aan. Hoe het is ontstaan. Wat er voor nodig is om het te doorbreken.

 

> Lees hier meer over de ervaringen van mensen die je voorgingen.

Zo voelt het als het verschuift

Mensen die bij mij komen, zeggen achteraf vaak hetzelfde. Dat ze verbaasd zijn hoe snel er iets verschoof. Dat het hun omgeving opviel voordat zij het zelf doorhadden. Dat ze nu véél beter kunnen omgaan met stress op het werk.

Het begint klein.
Je merkt dat je een avond hebt gehad waarop je écht niet meer aan je werk hebt gedacht. Dat je een gesprek met je leidinggevende anders aanging, rustiger, helderder, en dat je daarna dacht: dit had ik al veel eerder moeten doen.
Of je hebt een slechte week, en je komt er desondanks gewoon weer uit.
Dat klinkt als weinig.
Het is alles.

Je staat op en de maandag voelt anders. Soms misschien nog steeds wel zwaar, want werk blijft werk.
Maar draagbaar. Jij staat erin, rustig en steviger, het overvalt je niet meer. 

Het effect wordt vanaf daar steeds voelbaarder.

Je weet wat jou energie geeft en wat het kost. Je maakt keuzes op basis van dat inzicht. En minder op basis van wat je denkt dat van je verwacht wordt. Je grens voelt minder als iets wat je moet verdedigen, meer als iets wat gewoon van jou is.

Sommige mensen ontdekken in dat proces dat hun werk toch niet de goede plek is. Anderen ontdekken dat het werk prima was, maar dat zijzelf iets nodig hadden wat ze zichzelf jarenlang hadden ontzegd.

Beide uitkomsten zijn goed.
Omdat je ze bewust hebt gekozen.

Je hoeft die loterij niet te winnen.
Wedden? 😉 

Of vul onderstaand contactformulier in.
Ik denk heel graag met je mee. 


Lees ook