Overslaan naar de hoofd content

Rina Vrutaal

Werkstress of burn-out?
Dit is het verschil (en waarom het ertoe doet)

Ik zat achter mijn computer.
Gewone dinsdag.
En ineens kon ik de letters op het scherm niet meer lezen.

Ze waren er wel.
Maar ze drongen niet meer tot me door.
Ik wist niet meer wat het betekende.

Mijn hoofd weigerde.

Hoe ik die dag thuis ben gekomen, weet ik niet.
Een collega heeft me gebracht, heb ik later gehoord.
Ik herinner het me niet.

Dat was het moment waarop ik begreep dat dit geen ‘gewone’ werkstress meer was.

Werkstress of burn-out: wat is het verschil?

Waarschijnlijk denk je nu: ik heb gewoon een drukke periode. Het went. Het gaat over als ik even doorbijt.

Misschien klopt dat. Maar misschien ook niet.

Iedereen kent werkstress. De sprint voor een deadline. De week dat alles tegelijk komt. Het gevoel dat je hoofd vol zit en je agenda overloopt.

Vervelend. Soms echt zwaar.
Maar er komt ook wel weer een einde aan.
Je haalt de deadline. Het weekend komt.
Je slaapt uit en voelt je op maandag weer een beetje mens.

Dat is het kenmerk van werkstress: jouw systeem herstelt.
De batterij laadt op als je alles even loslaat.

Bij burn-out laadt je batterij niet meer op.

Je gaat slapen en staat moe op. Je neemt vakantie en komt terug zoals je wegging. Je doet precies wat je altijd deed om bij te komen, en het werkt niet meer.
Dat verdoofd-zijn, dat gevoel van watten in je hoofd, de onmacht om iets te voelen van wat er echt toe doet.
Dat trekt niet (meer) weg.

Dat is het verschil tussen werkstress en burn-out.
En het is niet een klein verschil.

Wat er in je lichaam gebeurt

Werkstress is een overlevingsmechanisme. Je lichaam maakt cortisol aan, je zintuigen scherpen zich, je bent klaar om te reageren.
Handig, als er een tijger op je afkomt, en je moet wegvluchten of jezelf verdedigen. 

Minder handig als de tijger in werkelijkheid je baas is.
Of je inbox, of de reorganisatie die al anderhalf jaar duurt.

Want jouw systeem is niet ontworpen voor chronische activatie.
Als het maandenlang aan staat, betaalt je lichaam een prijs. Je slaap verslechtert. Je immuunsysteem wordt zwakker.
Kleine dingen worden groot.
Grote dingen worden haast ondraaglijk.

En dan is er een punt waarop je systeem zichzelf afsluit.

Dat is wat burn-out is, kort uitgelegd: een uitgeschakeld systeem.

Internationaal wordt burn-out beschreven aan de hand van drie dingen die je herkent als je ze leest:

  1. Chronische uitputting die niet verdwijnt met rust;
  2. Een groeiende afstand tot je werk en de mensen daaromheen
  3. En het gevoel dat je niet meer functioneert zoals je normaal doet.


(Bron: Wereldgezondheidsorganisatie)

Dat derde punt is het meest verraderlijk.
Want mensen met burn-out functioneren vaak nog best lang.
Ze lopen door. Ze compenseren. Ze zijn gewend om door te bijten.

Tot ze dat niet meer zijn.

Waarom je zo lang doorloopt

De mensen die burn-out krijgen, zijn zelden de mensen die makkelijk klagen.
Ze zijn loyaal. Ze voelen zich verantwoordelijk. Ze willen de boel niet in de steek laten.
Ze denken: “nog even, en dan is die drukke periode voorbij”.

En ja, dat klopt. Een tijdje. Want je lichaam is slim. Het compenseert. Het houdt vol.

Maar ondertussen zijn er signalen.
Hartkloppingen die je wegwuift.
Hoofdpijn die chronisch wordt.
Tranen die zonder aanleiding komen.
Woede-uitbarstingen die je zelf ook niet begrijpt.
Verkoudheid die maar niet overgaat.
Een gevoel van vervreemding van dingen die je ooit met hart en ziel deed.

Achteraf zegt bijna iedereen hetzelfde: “ik had het al lang zien aankomen”.
En als ze het zelf niet zagen, dan de mensen die dicht bij hen stonden wel. 

Ze zagen het aankomen. Ze hadden alleen ergens nog de hoop ‘dit waait wel over’. 

Het Trimbos Instituut onderzocht de impact van burn-out op werkenden in Nederland.
Gemiddeld verzuimt iemand met burn-outklachten bijna 57 dagen. (Bron: Trimbos Instituut)

57 dagen. Bijna twee maanden.
Dat is wat wachten kost.

En dat is alleen nog maar het verzuim.
Niet de maanden erna waarin je langzaam probeert terug te komen.
Niet je relaties en sociale leven die onder druk staan.
Niet je werk dat zich opstapelt.
Niet de twijfels over wie je bent geworden.

De fase die gevaarlijker is dan burn-out zelf

Er is een fase die eraan voorafgaat.
Een fase waar je nog niet uitgevallen bent, maar waar het ook niet goed gaat.
Waar je ’s avonds na het werk niet meer kunt bijkomen. Geen zin meer hebt in sport of iets sociaals.
Waar het weekend voorbijgaat zonder dat het je iets heeft gegeven.
Waar je ’s ochtends al moe bent voor je begint.

Dat is het gevaarlijkste moment. Want het lijkt nog allemaal te doen.

En toch: hoe eerder je ingrijpt, hoe korter je herstel.
Mensen die in dit grensgebied begeleiding bij burn-out zoeken, hebben een heel ander traject dan mensen die volledig uitvallen.

Je hoeft niet kapot te gaan om te mogen stoppen.

Werkstress aanpakken is iets anders dan burn-out begeleiding

Dit is waarom het onderscheid ertoe doet.

Bij werkstress kun je vaak nog werken. Grenzen stellen, anders plannen, de situatie aanpakken. Actief. Gericht.
Therapie bij werkstress helpt je de bron te vinden en aan te pakken, zodat je niet over een jaar weer op hetzelfde punt staat. En op tijd de boel kunt bijsturen.

Bij burn-out ga je een ander traject in. Daar is de eerste opdracht: stoppen. Rusten. En dan, als er iets van energie terugkomt, de vraag stellen waar de meeste mensen liever niet mee bezig gaan: “hoe ben ik hier terechtgekomen?”

Want burn-out is zelden toeval. Er zit bijna altijd een patroon onder.
Overtuigingen over wat je waard bent als je presteert.
De onmogelijkheid om nee te zeggen.
Loyaliteit die verder gaat dan gezond voor je is.
Werk dat al jaren meer van je neemt dan het geeft.

Wie alleen herstelt van de klachten, zonder te kijken naar wat eronder zit, loopt een aanzienlijk risico op herhaling.
En een tweede burn-out is zwaarder dan de eerste.

Dat wil je niet.

Hoe het eruitziet aan de andere kant

Mensen die ik begeleid bij burn-out begeleiding beschrijven het herstel niet als “terugkeren naar hoe het was.”
Ze willen ook niet terug naar hoe het was.
Wat ze beschrijven is iets anders: dat ze eindelijk begrijpen wat ze nodig hebben. Dat ze keuzes maken vanuit zichzelf. Dat werk weer iets wordt wat energie geeft.

Zo’n traject is zeker niet makkelijk. Vaak confronterend.
Maar aan de andere kant van dat proces staat een versie van jou die weet waarom het zo is gelopen en wat er structureel anders moet.

Dat is het verschil tussen slechts herstellen van de klachten en écht structureel veranderen.

 

> Lees hier meer over de ervaringen van anderen.

Jij hoeft dit niet alleen uit te zoeken

Je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras trekken.
Jouw systeem dat in de problemen zit, lost dat probleem niet op vanuit diezelfde toestand.

Dat klinkt logisch als je het zo leest.
En toch is het voor veel mensen de laatste stap: hulp vragen.

Mensen die bij mij komen, wachten gemiddeld te lang.
Ze komen als ze al maanden op het randje lopen. Soms als ze al zijn uitgevallen.
Terwijl ze al eerder twijfelden om te komen. Terwijl eerder komen makkelijker was geweest.

Plan een kennismakingsgesprek. Vertel me wat er speelt. Ik denk heel graag met je mee.
Geen verplichtingen, geen traject dat je van tevoren al moet accepteren.

Gewoon een gesprek.

Direct beschikbaar. Geen wachtlijst. ↴

Of vul onderstaand contactformulier in.


Lees ook